Workshop "Fotograferen met diafragmavoorkeuze" d.d. 18 januari 2026.

 

Kies voor een laag f-getal (dus een grote diafragmaopening)

 

  1. in situaties met weinig licht:
  • als het begint te schemeren, ’s avonds en 's nachts
  • in slecht verlichte ruimtes waar je je flitser niet mag gebruiken 

 

  1. als je een foto wilt maken met weinig scherptediepte:
  • portretfotografie
  • macrofotografie
  • als je de blik van de kijker op een specifiek (scherp) onderdeel van de foto wilt richten 
  • als een mooie, rustige onscherpe achtergrond wilt creëren (bokeh), al dan niet met lichtbollen

 

  1. bij snelle sluitertijden om bewegingen te bevriezen:
  • sportfotografie
  • actiefotografie

 

Kies voor een hoog f-getal (dus een kleine diafragmaopening)

 

  1. als je een foto wilt maken met een grote scherptediepte, een foto waarbij het hele plaatje scherp is, niet slechts een deel. In het algemeen gebeurt dat bij de volgende onderwerpen:
  • landschapsfotografie
  • het fotograferen van gebouwen
  • stadsgezichten
  • het maken van een groepsfoto
  • product- en reclamefotografie
  • foodfotografie

 

  1. als er kans is op overbelichting
  • je fotografeert met een lange sluitertijd
  • er is sprake van heel fel licht

 

  1. als je een lichtbron wilt fotograferen in stervorm

 

  4 bij uitzondering

  • bij macrofotografie (als bij een klein f-getal een te klein deel van het onderwerp scherp is)

 

Tot slot.

De diafragma-instelling is het belangrijkste “hulpmiddel” om je foto de scherptediepte te geven die je haar wilt geven. Maar er zijn nog wat meer zaken van belang, met name

  • de afstand tot het onderwerp dat je fotografeert. Hoe dichterbij het onderwerp is dat je fotografeert, hoe kleiner de scherptediepte
  • de brandpuntsafstand van de lens die je gebruikt. Hoe meer je inzoomt (als je een telelens gebruikt), hoe onscherper de achtergrond wordt.
  • je camera. Cropcamera’s geven bij dezelfde diafragma-instelling een grotere scherptediepte dan fullframe camera’s. Het is lastig om met een cropcamera een extreem kleine scherptediepte te krijgen in je foto, maar daar staat tegenover dat het wel gemakkelijker is om de hele foto scherp te krijgen.

 

Oefeningen binnen:

  • maak twee portretfoto’s van een medelid, een met een laag en een met een hoog f-getal. Vergelijk de resultaten wat betreft scherptediepte. Welke heeft jouw voorkeur?
  • maak twee groepsfoto’s, een met een laag en een met een hoog f-getal. Vergelijk de resultaten wat betreft scherptediepte. Welke heeft jouw voorkeur?
  • stel het diafragma in en maak dan twee foto’s van een bepaald voorwerp; een van dichtbij en een van wat verder af. Vergelijk de resultaten wat betreft scherptediepte. Welke heeft jouw voorkeur?

 

Oefening buiten:

We gaan enkele foto’s maken van de omgeving van ‘t Keerpunt; die omgeving gaan we scherp vastleggen en daarbij zetten we de volgende stappen.

 

stel het diafragma in op een hoog f-getal

     bij cropcamera minimaal f/8 en maximaal f/13

     bij full frame camera minimaal f/11 en maximaal f/16

     bij bridgecamera minimaal f/4 en maximaal f/6

 

zet je camera op statief en zet de beeldstabilisatie uit; het knopje hiervoor zit of op de lens die je gebruikt (IS/VR/OS, afhankelijk van het merk lens) of kun je vinden in het menu van je camera (als je camera een ingebouwde beeldstabilisator heeft).

 

bij het ingestelde diafragma komt er weinig licht door de lens en de camera gaat dat compenseren door de sluitertijd te verhogen en/of door voor hoge ISO-waarde te kiezen. Maak nu drie foto’s, steeds met hetzelfde f-getal en met dezelfde brandpuntsafstand (dus niet bij de ene foto niet/weinig inzoomen en bij een andere veel)

     foto 1: ISO op automatisch

     foto 2: met een laag ISO-getal

     foto 3: met een korte sluitertijd (vast te leggen via de M-knop) en de ISO op automatisch

 

Vergelijk de drie foto’s met elkaar en let daarbij vooral op bewegingsonscherpte en op ruis.

 

Welke foto bevalt je het meest? Maak met die instellingen nog wat foto’s van de omgeving van ‘t Keerpunt voor de site.

 

TIPS: gebruik live view (dan kun je op je screen zien wat de compositie van je foto is en of je een standpunt hebt dat je bevalt) en zorg voor diepte door een object op de voorgrond mee te fotograferen.